Sensorische Informatieverwerking

Wat is sensorische informatieverwerking?

Sensorisch betekent zintuigelijk. Onze zintuigen geven informatie die wij nodig hebben om te kunnen overleven en te kunnen functioneren in het dagelijks leven. De zintuigen ontvangen informatie van zowel binnen als buiten ons lichaam. Als we het over zintuigen hebben denken we meestal aan de ogen, oren, de tast, de reuk en smaak. Heel belangrijk zijn echter ook onze zgn. “verborgen” zintuigen: het evenwichtsorgaan, het gevoel uit de spieren en gewrichten en het gevoel vanuit onze inwendige organen. Bij alle dagelijks activiteiten gebruiken we diverse zintuigen tegelijkertijd. We weten zo wat er in ons lichaam en in de omgeving aan de hand is en kunnen daar dan adequaat op reageren. De manier waarop we zintuigelijke prikkels ervaren en erop reageren, verschilt van mens tot mens. De zintuigen informeren en helpen ons de hele dag door om doelgerichte en doelbewuste reacties te kunnen geven.

Hoe herken je problemen in de sensorische informatieverwerking?

Bij sommige kinderen verloopt de verwerking van informatie, ondanks goede zintuigen, niet zo vanzelfsprekend en soepel als eigenlijk zou moeten. Zij nemen informatie rommelig waar. Daardoor ervaren zij prikkels sterker of juist minder sterk dan hun leeftijdsgenootjes. De zintuigen werken niet goed samen. Dit kan leiden tot motorische problemen, opvallend gedrag zoals concentratieproblemen of moeite om alert te blijven. Ook zien we problemen met het aanleren van vaardigheden. Het gevolg is vaak onbegrip uit de omgeving. Men snapt niet waarom een kind bijvoorbeeld snel boos wordt, niet luistert of niet mee wil doen.

Deze problemen komen ook vaak voor bij kinderen met bijvoorbeeld ADHD en autisme spectrum stoornis (ASS).

Het is belangrijk om de sensorische informatieverwerkingsproblemen te (h)erkennen zodat er hulp en begrip komt voor de problemen die het kind ondervindt.

Voorbeelden van problemen met:

Aanraken:

  • Raakt van streek tijdens verzorging bijvoorbeeld haren kammen, douchen.
  • Wil niet aangeraakt worden en/of knuffelen.
  • Zit voortdurend aan mensen of materiaal.

Beweging en Balans:

  • Kind is bang voor hoogtes of om te vallen.
  • Zoekt juist beweging op bijvoorbeeld ronddraaien en zich expres laten vallen.
  • Wil niet los komen van de grond.

Visueel (het zien):

  • Snel afgeleid door wat hij/zij ziet.
  • Veel knipperen met de ogen.
  • Maakt weinig oogcontact.

Auditief (het horen):

  • Houdt handen over de oren bij hard of onverwacht geluid.
  • Snel afgeleid door geluid uit de omgeving.
  • Lijkt niet te reageren op geluid uit de omgeving bv roepen van zijn naam.
  • Geniet van vreemde geluiden of maakt zelf veel geluid.

Smaak en geur:

  • Eet alleen voedsel met bepaalde smaken en structuren.
  • Kauwt of likt aan niet eetbare voorwerpen.

Wat is er aan te doen?

Na aanmelding zullen er testen en observaties plaatsvinden van het kind. Daarnaast vullen ouders en/of verzorgers en/of school vragenlijsten in, zodat er een sensorisch profiel ontstaat.

Er wordt gekeken op welke gebieden er problemen zijn en of de zintuigelijke informatie gestimuleerd of beperkt moet worden.

In de therapie wordt veel gebruik gemaakt van spelmateriaal dat de verwerking van zintuigelijke informatie stimuleert. Materialen die veel gebruikt worden zijn: trampoline, tangles, wiebelkussen, koptelefoon, pictogrammen en soms borstelen. Indien nodig wordt er een zintuigelijk activiteiten programma (ZAP) gemaakt.

Naast de behandeling van het kind ontvangen ouders en school tips en adviezen. We trachten een omgeving te creëren waarin het kind zich prettig en veilig voelt. Alleen dan kan een kind zich optimaal ontwikkelen.


In welke FysioFaster praktijken?


Door wie in de praktijk?

    Kitty van Schilt

    Hanneke Wajon

    Ingrid Hegge

    Marylin Maas