Kinderbekkenfysiotherapie

Het zindelijkheidsproces

Zindelijk worden is een van de grote mijlpalen in de ontwikkeling van uw kind. Zindelijk worden gaat meestal vanzelf. De meeste kinderen worden zindelijk tussen hun tweede en vierde levensjaar. In principe wordt een kind eerst zindelijk voor ontlasting en daarna voor het plassen.

Een richtlijn voor het zindelijk worden is;

Plassen:

vanaf 20 maanden: is zich bewust van “nat” zijn

vanaf 30 maanden: voelt dat de blaas vol is

vanaf 3,5 jaar: kan plas ophouden tot op het toilet

vanaf 5 jaar: kan op ieder willekeurig moment plassen

vanaf 4-7 jaar: ook `s nachts zindelijk

Poepen:

vanaf 2 jaar: kan poepen op potje

tot ongeveer 6 jaar: “ongelukjes” geen uitzondering

Dit proces verloopt echter niet altijd probleemloos. Vaak is niet meteen duidelijk wat de oorzaak is van het niet op gang komen van de zindelijkheid overdag en/of ‘s nachts. Het probleem kan lichamelijk zijn of ontstaan ten gevolge van andere problemen.
De kinderbekkenfysiotherapeut is een gespecialiseerde kinderfysiotherapeut op het gebied van buik, bekken en bekkenbodem bij kinderen. De kinderbekkenfysiotherapeut is opgeleid om het kind op speelse wijze te leren voelen waar de bekkenbodemspieren zich bevinden en hoe het kind daarover controle kan krijgen

Welke kinderen vinden zoal hun weg naar de kinderbekkenfysiotherapeut in onze praktijk?

Kinderen die:

  • Heel vaak of weinig plassen (normaal 5-7 maal)
  • Wanneer het kind de urine of ontlasting niet goed kan ophouden (te laat bij wc, natte plekken in ondergoed, in broek plassen/poepen, ontlasting vegen in ondergoed)
  • Het kind zijn ontlasting of urine juist moeilijk kwijt kan raken
    (spanning/obstipatie)
  • Pijn in de onderbuik, rond de anus of de geslachtsdelen (pijn bij ontlasting)
  • Bij regelmatige terugkerende urineweg infecties / blaasontsteking
  • Verkeerd toiletgedrag
  • Angst en spanning bij het plassen of poepen
  • Bedplassen
  • Kinderen na operaties in het bekkengebied; kinderen met aangeboren afwijkingen zoals kinderen met een Hirschsprung of anusatresie
  • Kinderen met ADHD / Autistisme spectrum stoornis (ASS)
  • Kinderen met slappe banden / hypermobiliteit
  • Kinderen die op de tenen lopen (tenenlopers)
  • Kinderen met een negatieve seksuele ervaring

Onderzoek:

Om goed inzicht in de klachten te krijgen zal er eerst een intakegesprek plaats vinden met u en uw kind. Er kan gevraagd worden om vragenlijsten, drink- en vezellijsten in te vullen en een paar dagen een plas- en/of poepdagboek bij te houden.

Na het intake gesprek zal er een algemeen lichamelijk onderzoek uitgevoerd worden, waarbij onder andere wordt gekeken naar de algehele motoriek van uw kind. Hierbij kunt u denken aan springen, huppelen, hinkelen ed. Dit om een algehele indruk te krijgen van de spierkracht en het lichaamsbesef van uw kind.

 

 

 


In welke FysioFaster praktijken?


Door wie in de praktijk?

    Kitty van Schilt

    Kitty van Schilt