|
Wat
is kinderfysiotherapie?
Kinderfysiotherapie houdt zich bezig met kinderen
die problemen hebben met het bewegen in
de
ruimste
zin van
het
woord.
Normaal gesproken ontwikkelt het bewegen zich spelenderwijs
en eigenlijk vanzelf. Maar soms gaat het niet zo makkelijk
en
duurt het
veel langer
voordat een kind iets onder de knie heeft. Het kan ook voorkomen
dat een kind zich niet normaal ontwikkeld. Dit kan veroorzaakt
worden door een aangeboren afwijking, een ziekte of problemen
bij de geboorte.
Een kinderfysiotherapeut heeft een gespecialiseerde 3-jarige
post-HBO opleiding gevolgd. Hierin worden veel aspecten
van de ontwikkeling van het kind behandeld en in het bijzonder
de motorische ontwikkeling.
Wanneer bezoekt u een kinderfysiotherapeut?
De kinderen worden verwezen door een consultatiebureau
arts, huisarts of specialist. Vaak hebben de ouders, leerkrachten
en andere betrokkenen al gezien dat er iets niet klopt aan
het bewegen van het kind.
U kunt dan denken aan hele slappe kinderen, kinderen die teveel
strekken, kinderen die altijd naar een kant kijken of niet
gaan rollen, kruipen.
Bij grotere kinderen zie je vaak onhandige kinderen, die
veel vallen, slecht evenwicht hebben, angstig zijn, een slechte
houding hebben, niet stil
kunnen zitten of juist heel houterig zijn of die problemen
hebben bij de fijne motoriek, bijvoorbeeld schrijven.
Hoe ziet de behandeling eruit?
Door te kijken en onderzoeken
wordt duidelijk wat er aan de hand is. Afhankelijk van de uitkomst
wordt er een behandelplan
opgesteld. De therapeut richt zich met het kind op het
oefenen van het bewegen. Dit doen zij door samen vooral
door veel
te spelen.
Samen
springen
op de trampoline, wiebelen op een wiebelplank en veel ballen
gooien en vangen. De therapeut gebruikt daarbij
verschillende spelletjes en speelgoed zodat het nooit alleen
maar saai oefenen is.
Daarnaast gaan de kinderen thuis en in de dagelijkse situatie
met de ouders aan de slag. Vooral bij jonge
kinderen
spelen
de
ouders
een belangrijke rol. Zij moeten het kind stimuleren om te bewegen.
Door wie in de praktijk?
Ingrid Hegge en Loes van den Berg
|